UITGAVE VAN DE KONINKLIJKE VERENIGING VAN ARCHIVARISSEN IN NEDERLAND archievenblad FEBRUARI 2022 | NUMMER 1 Erfgoedwaarden in bouwdossiers De mythe van substitutie Verbinding tussen erfgoed en ontwerp Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw NFT’s en digitale archivering Innovatie door blockchaintechnologie SINDS 1892 | JAARGANG 126 UITGAVE VAN DE KONINKLIJKE VERENIGING VAN ARCHIVARISSEN IN NEDERLAND archievenbladAtlantis Crowdsourcing Atlantis Platform voor collectiebeheer en online presentatie Belééf het Erfgoed Archief- en inventaris Beeldbank Museum Bedrijfshistorie Bibliotheek Archeologie Bouwdossiers Kranten en tijdschriften Akten en registers 033-2992277 office@deventit.nl www.deventit.nl Atlantis is een volledig webbased oplossing voor collectiebeheer en het online publiceren van erfgoedcollecties. Kenmerken van Atlantis zijn: gebaseerd op internationale standaarden, géén gebruikerslicenties, onbeperkt support en krachtige publicatie-, zoek- en integratie- functies. Online presentatie van collecties is naadloos onderdeel van de oplossing waarmee Atlantis volledig integreert binnen uw eigen website of websites van derden. Collecties uit systemen van derden worden met Atlantis samengesmeed tot één geïntegreerd geheel. Erfgoedwebsites van DEVENTit zijn toegankelijk en onderscheidend in vormgeving en werking. Door toepassing van de nieuwste technieken en standaarden wordt bezoekers een optimale erfgoedbeleving geboden. DEVENTit is ISO 270001 gecertificeerd. Atlantis is NEN 2082 gecertificeerd. Het veelzijdige en complete archief- en collectiebeheersysteem3 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 Overbrenging omgevings- vergunningen In 2017 besloot de gemeente Veere om aan te sluiten op de e-Depot- voorziening van het Zeeuws Archief. Gezamenlijk werd een aansluitplan opgesteld. De omgevingsvergun- ningen uit 2017 en 2018 waren als eerste aan de beurt. Hoe is het op- nameproces tot op heden verlopen? INHOUD 12 15 04 Van de redactie 05 De archiefervaring 18 Verbinding tussen erfgoed en ontwerp 23 Column 24 NFT’s en digitale archivering 27 Bedrijfsarchieven onder de loep (deel 3) 30 Snelgids beoordeling offertes conservering en restauratie 32 Bewaren bij de bron 36 Disruptief archief (slot) 39 Column 40 Uitgelezen Bouwdossiers online beschikbaar Een tijdje terug werd Regionaal Archief Tilburg door de gemeente Oosterhout gevraagd om mee te denken over een efficiënte manier om bouwdossiers te raadplegen. D e bestaande systemen voldeden niet en dus we rd er gezocht naar een alter- natief. Dat leidde tot de ontwikkeling van een nieuwe digitale applicatie. 42 BURGERLIJKE STAND ‘Het is mijn droom om onze juwelen naar de buitenwereld te brengen’ In gesprek met Kaouthar Darmoni 6 En verder in dit nummer Erfgoedwaarden in bouwdossiers Bouwdossiers zijn omvangrijk en worden vaak geraadpleegd. Voor optimale toegang worden ze gedigitaliseerd. Daarna gaan ze vaak de versnipperaar in, als zou het materiaal zelf geen erfgoedwaarde hebben. Waarom substitueren we wel, of juist niet? En wat is eigenlijk duurder?ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 Citaat van de maand ‘Originaliteit bestaat uit het terugkeren naar de oorsprong’ Antoni Gaudí Colofon Het Archievenblad is een uitgave van de Koninklijke Vereniging van Archivarissen in Nederland (KVAN). Het Archievenblad verschijnt zes maal per jaar. Alle leden van KVAN ontvangen het Archievenblad. Redactie Joris van Dierendonck (eindredacteur), Wouter van Dijk (hoofdredacteur), Kirsten van den Eijnde, Mirjam Schaap, Cees Tromp, Yteke van der Vegt, Migiza Victoriashoop, Marian de Vos, Vera Weterings. Redactieadres Archievenblad Postbus 5135, 1410 AC Naarden Telefoon: (035) 542 74 35 E-mail: redactie@archievenblad.nl Website: www.archievenblad.nl Vaste medewerkers Niels Bongers, Peer Boselie, Puck Huitsing, Hannie Kool-Blokland, Harm Jan Luth- Mulders, Noor Schreuder, Raymund Schütz, Floortje Tuinstra, Christian van der Ven. Abonnementen en ledenadministratie Wie geen lid is van KVAN kan het Archievenblad bestellen bij het secretariaat. Ook voor adreswijzigingen kunt u daar terecht. Secretariaat KVAN Postbus 5135, 1410 AC Naarden Telefoon: (035) 542 74 35 E-mail: info@kvan.nl Website: www.kvan.nl Jaarabonnement Nederland € 78,00 Buitenland € 90,25 Losse nummers € 14,00 Advertenties Voor vragen over de advertentiemogelijkheden kunt u contact opnemen met media-adviseur Kyra Veenhuijsen van Bureau Van Vliet Telefoon: 023 - 571 47 45 E-mail: k.veenhuijsen@bureauvanvliet.com Ontwerp en opmaak Els Gulpen Grafische Vormgeving, Heerlen Druk Damen Drukkers, Werkendam Covertekening Niels Bongers ISSN 1385-4186 Het volgende nummer van het Archievenblad verschijnt in april 2022. Bouwdossiers Bezoekers die een bouwdossier komen inzien vormen misschien wel de grootste groep archiefgebruikers, maar inzage verzoeken voor een bouwvergunning worden op de studie zaal vaak als een ‘moetje’ gezien. Ook schromen we niet om ze na digitalisering door de papiermolen te draaien. Hoogste tijd dus voor een her- waardering van deze publiekslieveling. Waar veel archiefdiensten nog touwtrekken met hun gemeenten om het beheer van bouwdossiers van tientallen jaren oud, is de gemeente Veere al druk bezig met de vervroegde overbrenging van de omgevingsvergunningen van 2017 en 2018 naar het Zeeuws Archief. Kees de Ridder vertelt hoe dit project wordt aangepakt. Dat de beschikbaarstelling van bouwdossiers onze dienst- verleners veel tijd kost, is bekend. Digitalisering in een aparte applicatie kan die werklast verlichten. Luud de Brouwer en Mark van Hogeloon beschrijven hoe Regionaal Archief Tilburg samen met Picturae een bouwdossierapplicatie ont- wikkelde, waarvan inmiddels ook al onder andere Regionaal Archief Alkmaar en Historisch Centrum Overijssel de vruchten plukken. Behrang Mousavi van Het Nieuwe Instituut neemt ons mee in de manieren waarop deze verzamel- plaats van de Nederlandse architectuurgeschiedenis ervoor zorgt dat de ruim 1,4 miljoen bouwtekeningen die er in beheer zijn, voor de toekomst behouden en toegankelijk blijven. Daarvoor is het nodig soms de bakens te verzetten en je periodiek te heroriënteren op een ander aandachtsgebied. Het pièce de résistance van deze editie is het artikel van Riemer Knoop, die namens het Haags Gemeentearchief uit de doeken doet hoe een minutieus opgezet vervangingstraject van bouwdossiers uiteindelijk leidde tot het besluit dat deze beter niet gesubstitueerd konden worden. Zo kwam men tot de conclusie dat de waarde van de originele dossiers verder gaat dan louter de weergave van de in de stukken schriftelijk vastgelegde informatie. Uit gedegen onderzoek is nu ook aangetoond dat vervanging in geval van een op papier gevormd bouwdossierarchief veel kostbaarder is dan digitali- sering voor raadpleging, met behoud van de papieren originelen. Een waar- heid die veel aanbieders van digitale opslag liever verzwijgen. Laat dit artikel een mooie aanleiding zijn om de vele retrospectieve vervangingstrajecten in den lande eens kritisch tegen het licht te houden. Wat bereiken we ermee, behalve een leeg depot? Voor wie al dit bouwdossiergeweld wat te veel wordt, zijn er in dit nummer ook artikelen over onder meer ISO-normen, conservering en het gebruik van non-fungible tokens te vinden. VAN DE REDACTIE Tekst Wouter van Dijk | hoofdredacteur5 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 Kirsten van den Eijnde Tekst Kirsten van den Eijnde | redacteur Soms krijg je de kans om een bijzondere plek te bezoeken. Ik kreeg die mogelijkheid in maart 2019. Ik werkte toen bij Archief De Domijnen in Sittard en deed mee aan een Europees project op het gebied van digitalisering. Als net afgestudeerd archivaris was het natuurlijk een leuke ervaring om hieraan een bijdrage te mogen leveren. Prettige bijkomstigheid was een bezoek aan de stad Florence in Italië. Ondanks al het moois daar was mijn persoonlijk hoogtepunt toch het bezoek aan Fratelli Alinari. Het is een van 's werelds oudste foto- grafische bedrijven: Fratelli Alinari. De basis van de Alinari-collectie werd gelegd in Florence in 1852. Leopoldo Alinari begon toen een fotografische studio, waar twee jaar later ook zijn broers Giuseppe en Romualdo zich bij aansloten. De focus lag vooral op het gebied van portretten, landschap en architectuur. De broers kregen veel erken ning en in 1860 behoorden ook de portretten van de Italiaanse koninklijke familie tot de collectie. In 1863 bouwde Leopoldo Alinari de eerste fotografische fabriek ter wereld. Het gebouw was gedurende bijna 150 jaar het hoofdkwartier van Fratelli Alinari. Het was hier dat een van de grootste fotografische collecties wereldwijd werd gevormd. Het Alinari-archief omvat circa vijf miljoen afbeeldingen, variërend van daguerreotypie tot moder ne digitale foto’s van over de hele wereld. Tijdens ons bezoek kregen we een rond leiding door het gebouw en konden we de vele uitgebreide collecties bewonderen. Van albums die zowel aan de binnen- als buiten- zijde rijkelijk gedecoreerd waren tot aan de daguerreo typie (een vroege fotografische methode, uitgevonden in de eerste helft van de negentiende eeuw) waarvan Alinari er circa 3000 in zijn collectie heeft. Maar ook de hedendaagse fotografie was er volop te bewon deren, met bijvoorbeeld prachtige architectuurafbeeldingen. Het meest onder de indruk was ik zonder twijfel van de collectie glas- platen (circa 470.000). Dat kwam wellicht ook omdat ik daar destijds mee bezig was bij Archief De Domijnen. Kasten van onder tot boven gevuld met glasplaten variërend van pasfotoformaat tot A3, van portretten tot landschapsfoto’s. De schoonheid van de collecties stond echter in schril contrast met de condities waarin zij bewaard werden. Het gebouw was oud en had duidelijk al veel geleden. De vele meters kasten met glasplaten waren eigenlijk te zwaar voor de vloer en dus mocht deze ruimte slechts door één à twee personen tegelijk betreden worden. Het onderhoud was slecht en de ruimtes waren ongeschikt voor de opslag van zoveel historisch fotogra- fisch materiaal. Het was jammer om de collecties in deze omstandigheden te zien, maar gelukkig heeft Alinari het digitaliseringsproces prima geregeld. De afbeeldingen kunnen daarmee voor de toekomst worden veiliggesteld. Inmiddels werk ik als informatie- medewerker bij Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Recent moest ik wat zaken uitzoeken en toen kwam ik opnieuw bij Fratelli Alinari uit. Na wat speurwerk was het fijn te lezen dat er dingen veranderd zijn in de afgelopen twee jaar. Zo is inmiddels vastgelegd dat de Alinari- archieven van groot historisch belang zijn. In december 2019 zijn de Alinari- archieven verworven door de Regione Toscane (Toscaanse regio). Verder zijn er procedures en acties in gang gezet om de juiste instandhouding van de collecties te verzekeren. Daarom is het archief verhuisd naar een andere locatie in Florence. Op 16 juli 2020 werd de FAF Fondazione Alinari per la Fotografia opgericht, een stichting ter bescherming van het Alinari- erfgoed. Dit betekende een nieuw begin voor deze bijzondere collecties. Zo blijft het archief hopelijk voor de toekomst bewaard en wordt ook de (digitale) toegankelijkheid gegarandeerd. | DE ARCHIEFERVARING VAN Een van de glasplaten uit het archief (circa A3-formaat). Kirsten van den Eijnde: ‘Het bezoek aan Fratelli Alinari heeft veel indruk op mij gemaakt.’6 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 BOUWDOSSIERS Tekst Riemer Knoop | Gordion Cultureel Advies, Amsterdam Inzichten uit onderzoek Erfgoedwaarden in bouwdossiers Bouwdossiers zijn omvangrijk en worden vaak geraadpleegd. Voor optimale toegang worden ze retrospectief gedigitaliseerd, en gaan daarna de versnipperaar in: substitutie. Behalve als het materiaal zelf erfgoedwaarde heeft. Over wat voor waarden hebben we het dan? En hoe ga je daarmee in de digitaliseringsstraat praktisch aan de slag? Haagse ervaringen uit 2021 brachten onverwachte inzichten. ‘Bouwdossiers’ is de naam voor archieven van overheids- handelen ten aanzien van bouwvergunningen. Die dossiers lopen van ontwerp- en bouwtekeningen voor complete panden tot piepkleine verbouwingsaanvragen, zoals de befaamde dakkapel en het aanbrengen van een gevelreclame. Sinds de invoering van de Woningwet in 1902 worden die dossiers verplicht bewaard door de archiefvormer, vaak een dienstonderdeel als Bouw- en Woningtoezicht. Voor over- brenging naar gemeente- of stadsarchief worden de dossiers geschoond en in ordelijke staat gebracht. En tegenwoordig ook gedigitaliseerd. Sinds circa 2010 zijn de meeste bouw- dossiers digital born. De architect tekent digitaal en levert voor vergunning alles elektronisch ten gemeentehuize aan. Op dit moment moet er een stuwmeer worden weggewerkt van bouwdossiers die tot circa 2010 nog analoog werden aangeleverd. Geen probleem. Digitaliseren en daarna de analoge bron weggooien. Het gesubstitueerde dossier vervangt de analoge bron en wordt zelf het nieuwe origineel. Alleen, wat doe je als zich in de analoge dossiers materiaal bevindt dat erfgoedwaarde heeft? En hoe kom je erachter met wat voor erfgoedwaarde je dan rekening moet houden? Dat waren de twee vragen die de Haagse gemeente archivaris mij eind 2020 voorstelde te onderzoeken. De analoge Haagse bouwdossiers besloegen 3,5 strekkende kilometer. De proce- dures voor digitalisering waren op hoofdlijnen duidelijk. Nu moesten alleen de subroutines worden bekeken. Voor de subroutine ‘niet vernietigen, want erfgoed’ was ik in beeld. Op het grensvlak tussen informatie en archieven had ik eerder ervaring opgedaan, onder meer als penvoerder van het Bestel- advies Archieven van de Raad voor Cultuur (2010). Ik mocht voor het advies een heuse commissie opzetten, die een half jaar de tijd kreeg (Rapport 2021). Dan zou ook een pilot zijn afgerond waarin werd proefgedraaid met een eerste partij bouwdossiers in een nieuwe digitaliseringsstraat, die de Dienst Stedelijke Ontwikkeling speciaal hiervoor had op- gezet. De twee konden mooi rond de zomer worden geïnte- greerd. Het liep allemaal wat anders. Conflict De kernvraag is echt interessant. Welke erfgoedwaarden liggen er mogelijk in de fysieke bouwdossiers besloten? Hoe kom je erachter welke stukken dat betreft en wat doe je met die stukken? De essentie van erfgoed is dat je zo veel moge lijk wilt bewaren. Maar de essentie van archivistisch handelen is dat je zo veel mogelijk weloverwogen weggooit, anders stik je in de informatie. Alleen zijn de tijden veranderd, waardoor het niet duidelijk is wat we tegenwoordig onder erfgoed ver- staan. Daarom was de Haagse gemeente archivaris nieuws- gierig naar mogelijk nieuwe ‘erfgoedargumentaties’ als aanvulling op bestaande wet- en regelgeving en ingedaalde praktijk. Hoe zou je, met steeds meer ruimte voor ‘vermaat- schappelijking’ van omgang met erfgoed (Knoop en Schwarz 2017, 2019), de majeure digitaliseringsoperatie van 3,5 kilo meter bouwarchief ook voor emancipatoire doeleinden kunnen inzetten? Dat wilde men weten. Voordat we ingaan op het scala aan mogelijke erfgoed- uitzonde ringen bij substitutie en op de feitelijke gang van zaken in het Haagse, is het goed te kijken naar wat überhaupt mag en naar hoe elders al met deze materie is omgegaan (zie kader). Haagse zaken De 3,5 kilometer Haagse bouwdossiers uit 1902-2010 tellen circa 28.000 zogeheten CR-nummers (Centrale Registratie), in evenzoveel dozen. Zo’n CR-nummer gaat over een ‘vlek in de stad’ en kan bestaan uit een of meer adressen – gemiddeld rond de tien. In totaal gaat het om meer dan een kwart miljoen adressen. Per adres bevat het dossier chronologisch geordende zaken, ofwel vergunningplichtige handelingen (dakkapel, precario) waarvoor gemeentelijke actie vereist was. Rond vier procent van de CR-nummers betreft monumenten, zo’n duizend dozen. Het ligt voor de hand die na digitalisering sowieso niet te substitueren – dus te bewaren. De commissie die moest adviseren over de erfgoed waardige zaken, werd breed samengesteld. 1 Behalve particulier initiatief (Haags Monumentenplatform) en een architectuur curator (HNI) telde ze een emeritus hoog leraar archiefwetenschap, een stadscurator uit de lokale wijk Binckhorst en een urbanist -essayist. De leden misten al vrij spoedig na de start stemmen uit de Haagse bevolking zelf, een omissie in deze 7 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 » tijd van participatie en bottom-up. Daarom besloten we behalve werkbezoeken aan de digitaliseringsstraat, waar een groot team van medewerkers – ‘met afstand tot de ar beids- markt’ – na intensieve training aan de slag moest, en expert- meetings met belanghebbenden, ook systeemkritiek te formuleren. Zo adviseerden we in ons eindrapport om, voor het waarborgen van een voldoende democratisch gehalte bij eventuele uitzonderingskeuzes van dossiers (zaken), vooral gebruik te maken van netwerken in de samenleving die het archief al voornemens was op en uit te bouwen. Dat is dan vooral relevant bij het zoeken naar archivalia over gebouwen of locaties die betekenis (kunnen) hebben voor bewoners Wat je moet en mag doen na digitalisering van archief bescheiden heeft OCW in een beleidsregel vastgelegd (OCW 2008, artikel 4.2). Je hoeft ze niet te vernietigen als het stukken betreft die een erfgoedwaarde hebben. Die waarde kan gelegen zijn in zowel vorm als symbolische of histori sche beleving. Meer precies moet het gaan om bijzonder materiaal of om attributen van de drager (zoals een officieel zegel), respectievelijk de biografie van een stuk, in ontstaan of gebruik (bijvoorbeeld een condoleanceregister). Dat was kennelijk te vaag, want vier jaar later splitste de Raad van Cultuur die twee criteria nog eens uit naar zes en voegde er een tussencategorie aan toe: belevingswaarde (Raad voor Cultuur 2012). Weer vier jaar later verfijnde het Nationaal Archief de criteria in de Handreiking archiefbescheiden naar tien. Het NA gaf daarmee sugges ties aan gemeenten, die immers gehouden zijn een eigen Handboek vervanging archiefbescheiden vast te stellen (NA 2016). Schematisch ziet het geheel er als volgt uit. Beleidsregel OCW 2008 Raad voor Cultuur 2012Nationaal Archief 2016 uiterlijk unieke of bijzondere uiterlijke kenmerken • driedimensionale kenmerken (zegels, bindwijzen, doorgedrukte typeletters) • gewaarmerkt of afwijkend papier • moeilijk zichtbare officiële kernmerken (hologrammen) • geur/structuur/watermerken/bindwijze/gewicht esthetische of artistieke waarde (belevingswaarde) esthetische of artistieke waarde van de verschijningsvorm historische belevingswaarde of symbolische waarde directe relatie met beroemde of historisch belangrijke personen, gebeurtenissen, plaatsen, zaken of voorwerpen • sporen van andere gebruikers die belangrijk kunnen zijn • bijzondere bescheiden met betrekking tot historisch belangrijke personen, gebeurtenissen, plaatsen, zaken, voorwerpen uiterlijk van belang voor kennis van technologische ontwikkeling kenmerken van belang voor de kennis van technologische ontwikkelingen zeldzaam wegens ouderdomhoge ouderdom en/of zeldzaamheidswaarde onvervangbare contextuele informatie (foto’s in gedenkalbum) Hoe verhouden deze richtlijnen zich tot de substitutieprak tijk van bouwarchieven? Een snelle verkenning leverde vijf voorbeelden op van expliciet beleid en ervaring in den lande: Amsterdam, Leiden en omstreken, Waterland, Zutphen, Westland, Schagen (vrijwel nergens overigens met substi tutie na digitalisering). Daaruit bleek dat er in de praktijk maar één criterium wordt gebruikt bij het bepalen of een stuk behouden moet blijven: de relatie met historisch belangrijke personen of zaken. Concreet: als het desbetref fende object op een monumentenlijst staat, dateert van een bepaalde datum (pre1902, 19401945, Wederopbouw), er een bekende architect bij betrokken is (geweest) of anders zins bijzonder te noemen is (beeldbepalend of functie). Het gaat klaarblijkelijk nooit om kwaliteiten van de informatie drager zelf, altijd om eigenschappen van het object waar naar de informatie verwijst. Er is wel een uitzondering. In Waterland en Zutphen kunnen bouwdossiers na digitali sering aan een historische vereniging worden overgedra gen, mits die ze nooit meer aan het archief aanbiedt. Het analoge origineel wordt dan als kopie gemarkeerd, naast de gedigitaliseerde versie die het nieuwe origineel wordt. De commissie heeft ook naar Vlaanderen gekeken. In Antwerpen is een radicaal andere aanpak gangbaar. Het FelixArchief past een interessante mix van criteria toe, waaronder maatschappelijke waarde, een uitbreiding van ‘onze’ symboolwaarde van het gebouw in kwestie, maar dan verbonden aan een bijzondere functie voor een bepaalde groep. Het criterium kan bovendien betrekkelijk dan wel absoluut geldig zijn. In het eerste geval wordt alleen een bepaald archiefstuk (representatief) van sub stitutie uitgezonderd. In het tweede geval een hele reeks, bij ons een dossier, in een mooi getrapte afwegingsproce dure (Vanneste 2017). Samenvatting criteria voor uitzondering van vernietiging van analoge archiefbescheiden na substitutie. 8 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 » | Erfgoedwaarden in bouwdossiers buiten de usual suspects, wier belang immers al impliciet in bestaande hiërarchieën vertegenwoordigd is. Dat is een omkering: ga niet uit van wat er is, maar van wat je wilt bereiken met je (bouw)archiefzorg. Maar als commissie konden we daar geen concrete suggesties voor doen. Had- den we dat wel gedaan, en een lijst van sociaal belangrijke Haagse plekken of van voor Den Haag voorname architec- ten opgesteld, dan waren we al te makkelijk in de plaats van die doelgroepen, de bewoners, getreden. Die moeten zich juist zelf gehoord weten. Historische sensatie We pasten ook een what if -principe toe. Er wordt makkelijk gezegd dat ‘de overheid alsmaar onnadenkend vernietigt’, en dat er nu ‘van alles verloren is gegaan’. Klopt dat? We vroegen het aan een breed samengestelde groep publicisten, architecten en architectuurhistorici: wat had u bij uw werk gemist als u géén originelen tot uw beschikking had gehad, maar alleen digitale versies? Dat bleek vooral om historische sensatie te gaan. Zelf oog in oog staan met blauwdrukken en historische documenten in bouwdossiers gaf naar ver- luidt de meesten een beslissende inspiratie (en een buiging naar Huizinga). Daarnaast was er bij de experts een scherp bewustzijn van een faseovergang, het gevoel voorzichtig te moeten zijn bij het maken van keuzes, omdat het weg- gegooide materiaal nimmer meer terugkomt. Wij deelden die mening. Maar de aanname dat er in bouwdossiers originele ontwerpen zouden zitten, berustte op een misver- stand. Dat is niet het geval. Het gaat altijd om kopieën. Vanwege de transactionele aard van overheidsbeslissingen over vergun ningaanvragen heeft ook de aanvrager altijd een kopie gekregen. Het enige originele materiaal dat in bouw- dossiers kan zitten zijn calques, maar buiten een zekere nostalgische waarde (had ik maar zo’n ingelijste kopie van Figuur 1. Digitale versie van een vergunningsaanvraag voor verbouwing en splitsing van een herenhuis in Amsterdam Oud- Zuid, dienst Bouwtoezicht, 1946, toegekend juni 1947.9 ARCHIEVENBLAD | 2022 | NUMMER 1 een geboorteakte in mijn trappenhuis) of ambachtelijke appreciatie zullen die weinig algemene betekenis hebben. Maar juist op individueel niveau kunnen er weer opmerke- lijke dingen tussen zitten. Zoals de handgetypte motivatie voor de aanvraag van een bouwvergunning, in 1946, voor mijn eigen huis dat in de oorlog ‘door N.S.B.’ers … totaal uitgewoond’ was (zie figuur 1 en 2). Bevindingen Aanvullende, ook sociale argumenten voor niet-vernietiging na digitalisering van bouwdossiers, voor niet-substitutie dus, vond de commissie op een andere manier dan gedacht. Erfgoed in de ruimtelijke ordening valt vaak samen met de geijkte categorie van reeds beschermde monumenten en stadsgezichten. Die kun je automatisch en op metadata- niveau makkelijk uitzonderen. Scheelt duizend dozen. Datzelfde geldt enigszins voor stukken gerelateerd aan architecten verbonden aan locaties, waarvan een ranglijst gemaakt kan worden die deselectie zou rechtvaardigen. Maar draai je het om, en vraag je je af wat een gemeente met het instrument ‘deselecteren bouwdossiers’ (dus niet weggooien na digitaliseren) voor haar gemeenschap zou willen bereiken, dan zul je je proactief moeten gaan ver- houden tot plekken (buurten, lieux de mémoires), gebeurte- nissen en bewegingen die empowerment behoeven. De daaraan gerelateerde bouwdossiers zul je dan als ‘mogelijk bijzonder’ moeten aanmerken. Dat konden we aangeven, maar er niet in treden. Dat moet het archief doen. Dat kwam mooi uit, want het Haags archief had net een meerjarenvisie vastgesteld waarin zo’n houding gedetail- leerd wordt uitgewerkt. Sinds vorig jaar is er een witte- vlekken plan voor het in evenwicht brengen van bronnen Figuur 2. Achterzijde van de aanvraag uit figuur 1, met geschreven motivatie door eigenaar, schoonzoon van de oorspronkelijke, Joodse bewoners: ‘Voornoemd perceel is tijdens den oorlog bewoond door N.S.B.’ers en is gedurende dien tijd totaal uitgewoond.’ »Next >