Ethische code › Gereedschap
Gereedschap
door Chris Streefkerk, voorzitter KVAN
'Gebruikt gereedschap roest niet' is een zegswijze die zeker van toepassing is op onze beroepscode die in de laatste algemene ledenvergadering van de KVAN (23 april 1998) is aanvaard. Het is daarom een goede zaak dat Charles Jeurgens in zijn 'Redactioneel' (Archievenblad 102/5) een discussie heeft aangezwengeld over de wijze waarop onze vereniging met de code om zal dienen te gaan. Inderdaad bepaalt onze vereniging zelf hoe zij met de code om wil springen en welke waarde zij er aan wil toekennen. Daarbij geldt zeker dat een 'mooi beroep een krachtige code verdient'. De kracht van de code zal echter in het gebruik moeten blijken. Het bestuur beschouwt de code geenszins als vrijblijvend. Het is jammer dat dit door het Haagse heigeweld wellicht onvoldoende over het voetlicht is gekomen. Door de vanzelfsprekendheid van dit standpunt is het te impliciet gebleven.
De code is een goed gereedschap dat we zullen leren hanteren. In het gebruik zal blijken dat het wel een specialistisch precisie-instrument is dat met de nodige ambachtelijkheid gehanteerd dient te worden. Immers een code is geen (Archief)wet en ethiek is geen recht. Het is daarom moeilijk om op voorhand een uitspraak te doen in een vooralsnog redelijk abstracte casus. Pas wanneer de code in concrete gevallen is toegepast zal er meer over te zeggen zijn. Net zoals bij wetten zal de jurisprudentie de waarde ervan moeten uitwijzen.
De code heeft zowel een externe (naar de buitenwereld toe)als een interne werking (tussen onze leden onderling). De werking naar buiten toe is, denk ik wel redelijk duidelijk. Anders ligt het wanneer leden onderling van mening verschillen over het gebruik van de code en zich tevens beroepen op wetten en doctrine. Royement dient toch wel een ultiem remedium te blijven.
Met Ketelaar (zie Reactie 'Code, ethiek en sanctie') ben ik van mening dat de code zowel toetssteen als wetsteen dient te zijn, die ons scherp en op peil houdt.


















